Dames 1 in vier sets langs Orion

Na het verlies tegen Apollo wilden we ons tegen Orion revancheren. In de trainingsweek leek dit een onmogelijke opgave door alle pijntjes en voorzorgsmaatregelen. Maar niet getreurd; krakende wagens lopen het langst. Dit bleek zaterdag dan ook te kloppen. De WhatsAppberichten stroomden binnen. Iedereen had er zin in, want het was weer zaterdag en dan hebben we nergens last van!

Zoals elke thuiswedstrijd lazen we aandachtig het tribuneblaadje. De één loste binnen een aantal seconden de RebUS op waar een ander wat langer de tijd nodig had. Ook het diepte interview met onze mini van de week, Martijn, las lekker weg.

Iedereen was klaar voor de start. We konden al bijna allemaal meezingen met ons lijflied tijdens de line up. De hele hal viel stil bij het aanhoren van deze nachtegaaltjes. Mini van de week, Martijn, had al meegedaan met de warming up én mocht nu ook nog handjes schudden met de tegenstander én met zijn favoriete speelster het veld oplopen. Zijn avond kon al niet meer stuk!

De eerste twee sets waren redelijk identiek. Geen gelul, op naar de twee nul! Verrassing van de eerste set was onze nummer elf die vond dat ze, bij het stilliggen van de wedstrijd, even kon warmlopen. Toen ze zich omdraaide en de verbaasde hoofden van de andere wisselspeelsters zag trok ze de snelste sprint van haar leven en verstopte zich de rest van de eerste set achter de lege ballentassen.

Mini van de week, Martijn, was in zijn nopjes na de eerste twee sets, maar zelfs hij kon in de derde set niet meer rustig op de bank blijven zitten. Er werd een kleine voorsprong opgebouwd, maar lieten we Orion ons in de eindfase inhalen en verloren nipt de set. Iets waar we vaker last van hebben.

De set daarna werd vlammend begonnen en met een 16-6 voorsprong werd de set makkelijk uitgespeeld naar 25-10. Dat betekende weer drie punten erbij. Er werd nog een klein overwinningsfeestje gevierd tot in de late, koude uurtjes.

Aankomende zaterdag spelen we om half 8 in Groningen tegen Veracles.

Wedstrijdverslag geschreven door Lisa van de Geer.